Timo van Driel: dé Nederlandse bespanner op de slams

Hij is misschien wel de bekendste en beste bespanner van Nederland, Timo van Driel (33). bespande onder meer op drie Grandslamtoernooien – de US Open staat nog op zijn verlanglijstje. Deze weken heeft hij het extra druk: ‘s nachts tennis kijken, en overdag tennisles geven, rackets verkopen in z’n eigen zaak en natuurlijk bespannen. Een gesprek over darm, dertig rackets op een dag bespannen en een middagje tennissen met Botic. Maar eerst de vraag: hoe word je bespanner op een slam?

‘In 2011 had ik een klein trainerscontractje bij Babolat. En ik dacht: ik wil bespannen op Roland Garros, dat lijkt me fantastisch. Zij waren de officiële bespanners van het toernooi. Babolat Nederland had mijn naam doorgegeven; en vlak voor het toernooi kreeg ik een berichtje dat ik mijn cv moest opsturen. Ik heb toen een Powerpoint gemaakt met de titel ‘Why me at the French Open’. Die presentatie is het hele bedrijf doorgegaan en ze hebben onder tafel gelegen van het lachen. Zij zeiden: we nemen de gok. Ik had ook een mazzeltje die eerste dag: de Nederlandse tennisser Thomas Schoorel kwam aangelopen voor een praatje, die kende ik al. “Hee, jij kent de tennissers”, zeiden ze om me heen. Dat heeft me enorm geholpen, de zenuwen verdwenen snel. En uiteindelijk heb ik het negen jaar achter elkaar gedaan.’

Was je direct goed?

‘Eigenlijk wel. Natuurlijk heb ik daar nog van alles geleerd op die toernooien, en ik heb in die jaren ook weer veel kennis overgedragen. Met bespannen doe ik eigenlijk altijd precies hetzelfde, elke dag: ik zet het racket op dezelfde manier in het apparaat, ik span de snaren op dezelfde manier, zet de knoopjes aan dezelfde kant op dezelfde manier en ga zo maar door. Het is een routine die ik mezelf heb aangeleerd en die houd ik aan. Als ik honderd rackets bespan voor Dimitrov dan zijn ze allemaal precies hetzelfde. Ik ken alle eigenaardigheden van het racket, ik weet op welke snaar het logo moet beginnen, ik onthoud het allemaal.’

Nadal en Federer?

‘Nadal is altijd hetzelfde, dezelfde bespanning en dat oude racket waar hij al jaren mee speelt. Dat is dus eenvoudig. Hij heeft vertrouwen in die rackets. En speelt dus op hoogte, op gravel of op gras; altijd met dezelfde setup. Federer is een ander verhaal, daar zitten leertjes in de hals van het racket bijvoorbeeld, darm die je met de hand moet uitrekken, dat zijn al weer wat extra handelingen dan normaal, dat maakt het lastiger. Ooit hoorde ik een verhaal over Federer tijdens een DC-match op hoogte. Federer gaf aan: bespan maar vier kilo lager. Maar dan sla je alles het park uit, gaf de bespanner aan. Maakt niet uit, ik ga er twee dagen mee trainen en als ik ze dan binnen de lijnen krijg, stap ik weer over op mijn oude bespanning en heb ik weer controle over de ballen.’

Hoe werkt het nou op zo’n slam, bijvoorbeeld in Parijs?

‘Een merk in dit geval nodigt je dus uit. Iedereen komt in principe bij ons – behalve de paar spelers die een eigen bespanner hebben. Het bedrijf Priority One, die bespannen voor onder meer Isner, Djoko, Federer en Murray. Maar ach, er komen zo’n zesduizend rackets voorbij tijdens zo’n toernooi.’

En de andere spelers?

‘Iedereen meldt zich dan bij de stand, in Australië is die van Yonex. Dan loopt de speler of de trainer langs met rackets en neemt dan eigen rollen met bespanningen mee. Dus Nadal komt langs en zegt deze vier rackets bespannen met Babolat Rpm Blast en 25 kilo en kan ik ze straks weer ophalen en dan maken we een afspraak voor bijvoorbeeld de volgende dag – als hij bijvoorbeeld weer moet trainen. En voor elke wedstrijd nemen ze een nieuwe bespanning en natuurlijk de trend dat bij nieuwe ballen een nieuwe bespanning wordt gepakt. Maar soms moet het nog sneller. Mooi voorbeeld: Cilic speelt op Wimbledon op een bewolkte dag met een kilootje of 24. Het gaat regenen en dak gaat dicht; het wordt een verwarmde binnenbaan en de ballen gaan veel sneller. Hij had vantevoren al rackets op 25 en 26 kilo laten bespannen. Maar na de eerste bal liet hij weer twee bespannen; alles op 25. Dan moet je snel handelen. Nee, ik word er nooit zenuwachtig van.’

Veel irritante spelers?

‘Weinig eigenlijk. Natuurlijk zijn spelers wel eens gefrustreerd, maar er ligt ook zoveel druk op die spelers. Daar houd ik zoveel mogelijk rekening mee.’

Geef je ook advies?

‘Ja, dat doe ik ook regelmatig. Soms ook op het laatste moment: dan stuurt Rojer een appje vlak voor hij Ahoy! binnenkomt: wat doet iedereen? Die wil dan weten hoeveel kilo’s iedereen erop zet in de hal en dan zet ik er voor hem een halve kilo bij vanwege de pluizige ballen en de omstandigheden in de hal.’

En je hebt ook met Botic gewerkt?

‘Ik heb veel voor hem bespannen en hem ook geadviseerd over rackets en zijn rackets getuned. Zo wilde hij een keer rackets testen en kwam toen naar Dordrecht om te oefenen met mij. Dat zal ik niet vergeten: alles deed zeer na afloop aan mijn lijf. Zijn ballen zijn echt knetter zwaar. Eigenlijk verbazen de successen me niet.’

Ontwikkelingen in snaren?

‘Ik zie steeds meer polyester, maar met lagere spankracht. Tiafoe speelt met minder dan twintig kilo. Maar er wordt ook nog veel met darm gespeeld; in hybride vorm. Evans, Fritz, dus ook jonge spelers spelen met darm. Je hebt daarmee veel gevoel, comfort en het blijft langer goed, terwijl polyester snel wegloopt in spankracht. Dat snelle vervangen van de rackets is dus ook gewoon nodig als je kijkt naar polyester bespanningen. De innovatie zit niet in de snaren, wel in de rackets. Tegelijkertijd veel spelers spelen overigens met oude rackets, Nadal speelt met een model van bijna twintig jaar oud – het is ooit voor hem gemaakt, daar heeft ie vertrouwen in. En je ziet natuurlijk dat Murray en Federer wel naar een groter racket zijn gewisseld, dat leverde ze meetbaar meer snelheid op.’

2022?

‘Ik doe Davis Cup en Fed Cup, Rosmalen, Wimbledon en Basel. Ik hoop dat het allemaal kan – vorig jaar kwam ik Engeland niet binnen. In Rosmalen stel ik het team samen voor de week. Ik ken zoveel bespanners, dat vinden ze allemaal leuk en gezellig, zo’n toernooiweek. In Basel is dat hetzelfde – ook daar is een vast team. De KNLTB vraagt me voor de landenevents en soms gaat mijn vrouw ook mee om te bespannen, als er in Nederland wordt gespeeld. Dan bespan ik voor Nederland en bespant mijn wederhelft voor de tegenpartij.’ Wat maakt jou die goede bespanner op toptoernooien?‘Het is een werkdag van 18 uur foutloos kunnen bespannen, zo’n dertig rackets per dag en dat eigenlijk twee weken lang. Ik ben fit, ben altijd blijven sporten en ik ben het inmiddels gewend.’ Nog wensen?‘Ik zou graag nog een keer op de US Open bespannen, dan heb ik ze allemaal gehad.’

En wat maakt het de moeite waard?‘

Wat ik schitterend vind zijn dit soort verhalen: ik hielp een bekende van mij aan zijn eerste racketje. Tegelijkertijd liep Wesley Koolhof hier wat te rommelen in de zaak. De man had geen idee en riep of ik een stagiaire had. Wesley gaf aan: “Ach, ik help Timo een beetje”. Een maand later werd Wesley wereldkampioen dubbel en liep die man de zaak binnen: “Zo, die stagiaire kan er wat van”.’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s